U bent hier

Geschiedenis

Op 25 November 1899 wordt op de werf de Volharding van de familie Boot bij de oude hefbrug over de Gouwe in Gouwsluis een overdekte ijzeren paviljoentjalk te water gelaten. Het schip, dat door de eigenaar (T.van Deutekom) Nieuwe Zorg wordt genoemd, heeft 1 grote mast, is ruim 16 meter lang en 3 meter 80 breed. Op 15 december van dat jaar is de controle door de metingsdienst en inschrijving bij het kadaster een feit en kan er gevaren worden! Naar alle waarschijnlijkheid gebruikt de schipper het schip van 1900 tot 1922 als binnenvaartschip op de Zeeuwse en Zuidhollandse wateren en worden in de laadruimte van het schip (onder het dek) voornamelijk aardappels vervoerd. In 1922 verandert het schip van eigenaar: Cornelis Hugo van Deutekom uit 's Gravenhage gaat met zijn echtgenote het schip bevaren. De thuishaven van het schip, dat via de Vliet zijn vrachten vervoert, wordt 's Gravenhage. Nog voor de oorlog verliest het schip echter zijn functie als vrachtschip: van Deutekom en zijn vrouw blijven vanaf 1938 aan wal om zich daar met hun kinderen permanent te vestigen en verkopen de Nieuwe Zorg. 

 

Odrecht omstreeks 1926?    Odrecht ex Nieuwe Zorg 1923 

Nieuwe Zorg aan het Groene wegje, Den Haag in 1923

Foto's : archief familie van Deutekom

Het schip wordt ditmaal niet gekocht door een schipper, maar door een artiestenechtpaar: Wilhelm Thomas Hart, net als van Deutekom woonachtig in 's Gravenhage, en zijn vrouw, oorspronkelijk afkomstig uit Franeker, willen het gaan gebruiken als woon- en tentoonstellingenschip. Daar is het vrachtschip natuurlijk nooit voor bestemd geweest, dus voor het zover is, wordt het enigszins verbouwd. Er wordt door Hart en echtgenote niet meer in het paviljoen geslapen, wat de schippersechtparen voor hen wel deden, maar in de laadruimte die door een houten opbouw wordt verhoogd. Voorts worden er een keuken en een roef met grote schouw in gemaakt. Het is de bedoeling dat Hart in deze roef zijn schilderijen tentoonstelt. Hij geeft het schip de nieuwe naam " Hypocampus"  en laat het verslepen naar een ligplaats achter het Amstelhotel in Amsterdam.Na de Tweede Wereldoorlog verlaat het echtpaar Hart met hun inmiddels geboren dochtertje het schip en biedt het te koop aan. Dit trekt de aandacht van de pasgetrouwde Dirk Smit en zijn vrouw, beiden schipperskinderen uit Sneek, die zich in Amsterdam willen gaan vestigen. Het schip is weliswaar wat rommelig, maar biedt goede mogelijkheden om er te wonen: ze zeggen onmiddellijk "ja" en trekken er in 1948 in. Wel verandert het van ligplaats: het wordt naar het Jaagpad aan de andere kant van het Olympisch Stadion (Amsterdam) gesleept, een plek die door de gemeente aan is gewezen als ligplaats en waar meer woonschepen liggen.  

Binnen een jaar wordt aan boord een zoon geboren, een paar jaar later een dochter. Het echtpaar Smit verbouwt in eerste instantie niet veel aan het schip, wel veranderen ze het interieur grondig: alleen de oude schouw, die mevrouw Smit zo mooi vindt, blijven ze gebruiken. Later wordt de mast afgebroken: die blijkt wat onhandig op een woonschip, worden de zwaarden, die verrot zijn, eraf gehaald en wordt het schip crèmekleurig geschilderd. Ook komt er na verloop van tijd electriciteit aan boord. Het jonge gezin Smit heeft zijn hart aan de "Hypocampus" verpand, maar moet als gevolg van gezinsuitbreiding het schip uiteindelijk toch verkopen.

In 1955, nadat het schip te koop is aangeboden in de "Schuttersvaer", komen Jan en Mien Oyevaar, die geinteresseerd zijn in de koop, langs op het Jaagpad. Niet veel tijd later onderwerpt iemand van Akerboom, de werf in Oegstgeest, de "Hypocampus" aan een bijzonder grondige inspectie. Uiteindelijk verkoopt Dirk Smit het schip voor 6000 gulden aan Jan Oyevaar. Nol Oyevaar maakt een prachtig ontwerp voor een grondige verbouwing: het vracht- respectievelijk woonschip wordt recreatieschip. Er komt een motor in, er komt een en later nog een tweede mast op, er worden weer zwaarden opgezet en het schip verandert van kleur. Het eens zo bescheiden wit wordt vervangen door de opvallend groene kleur die de Odrecht zo typeert. Ook de thuishaven van het schip verandert: het komt op het Braassemmermeer te liggen waar de kinderen van Jan en Mien Oyevaar: Joost, Ninky, Floris en Pien, weekeinden lang te vinden zijn bij zeilwedstrijden met hun eigen bootjes. Uiteindelijk wordt Enkhuizen de thuishaven. 

 

Parijs Seine Seine bij Parijs 1962

De Odrecht maakt lange reizen: in 1962 bijvoorbeeld wordt Parijs aangedaan.Een zeer bijzondere reis, aangezien de huidige eigenaar, Joost Oyevaar, op die reis met de Odrecht zijn latere vrouw Titia ontmoet. Ook wordt Denemarken vanaf eind jaren 70 regelmatig bezocht via een spectaculaire tocht over het Nederlandse en Duitse Wad. En natuurlijk vinden allerhande festiviteiten plaats: deelname aan Sail Amsterdam, traditionele zeilweekeinden met jaarclub Halewyn en pinksterweekeinden met de gehele familie Oyevaar. Tenslotte moet hier ook de tweede grote verbouwing genoemd worden die in 1997 is afgerond. Het schip dat op sommige plekken behoorlijk is doorgeroest, wordt in deze grondige verbouwing volledig - tot op het casco - afgebroken en vervolgens, met nieuw materiaal, volledig opgebouwd. De Odrecht, tijdens deze verbouwing uitgerust met allerhande electronische snufjes, is dus weer als nieuw en kan er weer tenminste 100 jaar tegenaan!

 tekst: Karin Oyevaar, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Odrecht in 1999